De vistechniek uitgelegd

1. Een flyshooter vist achter het schip met lijnen, ofwel zegentouwen, met daaraan een net. De visser schiet het eerste zegentouw weg waaraan een boei is bevestigd. Het schip stoomt met een omtrekkende beweging weg van de boei en tegelijkertijd wordt het eerste zegentouw gevierd.

2. Wanneer het eerste zegentouw helemaal van de nettenrol en uitgevierd is, wordt het uiteinde vastgemaakt aan een kant van het net. Het schip stoomt verder en het net slaat open in het water. Wanneer het net strak staat, wordt het tweede zegentouw vastgemaakt aan het net. Het schip laat, terwijl het opstoomt naar de boei, het tweede zegentouw vieren.

3. Wanneer het schip bij de boei komt, wordt het zegentouw dat aan de boei zit binnengehaald en worden de zegentouwen, met daaraan het net, door middel van haspels naar het schip gehaald.

 

Tijdens het vissen worden de zegentouwen met het net naar het schip gehaald. De zegentouwen rollen over de bodem en veroorzaken lichte stofwolken die de vissen doen opschrikken en voor de touwen doen uitzwemmen. De sterke en grote vissen blijven voor de zegentouwen uitzwemmen en worden bij het naderen van het schip en het halen samengedreven naar de netopening. De kleine, ondermaatse vis ontsnapt.

Het vissen met lijnen en met lage snelheid heeft economische en ecologische voordelen: een laag energieverbruik en weinig tot geen verstoring van het bodemleven. Deze verantwoorde vistechniek is alleen effectief bij voldoende daglicht, want alleen dan kunnen de vissen de zegentouwen zien. 

Terug

 
Het vangstgebied